Generatie Speldenprik

Generatie Speldenprik



Hetze tegen radicaal activisme

Je kunt je natuurlijk afvragen of het gepast was dat justitie binnen twaalf uur na de aanslag reeds met een verklaring kwam dat er in de woning van de verdachte papieren waren aangetroffen die in de richting wezen van milieuactivisme. Op zich niet zo verwonderlijk, Volkert was werkzaam bij Milieu-Offensief. Maar de mededeling werkte stigmatiserend.
Het gevolg laat zich raden: de vermoedelijke dader zou wel eens gedreven kunnen zijn door zijn passie voor dieren. Tientallen milieu-, dieren- en radicaal-linkse organisaties worden door de pers benaderd met de vraag of ze connecties hebben met Milieu-Offensief danwel de verdachte zelf.
Het dagblad De Telegraaf kopt de ochtend na de aanslag 'Moordenaar is Milieuradicaal'. Alsof dat nog niet voldoende is, plaatst men een foto van de verdachte plus vrijwel z'n volledige personalia, iets wat not-done is binnen de Nederlandse journalistiek. De privacy van verdachten dient beschermd te worden.
In de zaterdagbijlage van de De Telegraaf (11-05-02) zet de krant het Dieren Bevrijdings Front (DBF) in een kwaad daglicht. Aan de hand van een actiehandleiding van het DBF wordt toegelicht dat de wijze waarop Volkert de aanslag zou hebben gepleegd past in de beste traditie van het DBF. "De milieuactivist als nieuwe staatsvijand?", vraagt de krant zich af.
Een huiveringwekkend artikel, zeker als je bedenkt dat de activisten van het DBF er met hun acties juist zorg voor dragen dat het welzijn van mens en dier geen schade wordt berokkend. Het DBF heeft zich de afgelopen week dan ook geschaard in het rijtje actiegroepen dat zich heeft gedistantieerd van de aanslag. Maar dat meldt De Telegraaf niet. Enigszins in de lijn van deze publicatie vertoont het Journaal van 11-05-02 een reportage die in het teken stond van radicaal-links activisme van de afgelopen twintig jaar. Beelden variŽrend van RaRa-aanslagen tot aan smeulende resten van veewagens. Hiermee wordt de suggestie gewekt dat ook de aanslag van Volkert in het rijtje te plaatsen is. Het Journaal vraagt zich af of het niet de hoogste tijd wordt voor een hardere aanpak van het radicale activisme.
Oscar Hammerstein, advocaat van Fortuyn, doet ook een duit in het zakje door de link te leggen tussen de smijters van de taarten naar Fortuyn en de moordenaar. In diverse interviews spreekt hij z'n afschuw uit dat de lieden die de met "poep en kots" gevulde taarten in het gezicht van Fortuyn gesmeten hadden, nooit zijn vervolgd. Dat "poep en kots" heeft hij overigens zelf bedacht, want volgens het persbericht van de actiegroep ging het om vanilletaarten. De geur werd verspreid door een stinkbommetje dat werd achtergelaten in de zaal.

(bovenstaande artikel is overgenomen uit Ravage # 7)